De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
gele oogspanner  (Cyclophora linearia)

Alleen vlinders van de tweede generatie van de gele oogspanner hebben soms een oogje op de achtervleugel.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 14-16 mm. Vlinders van de eerste generatie zijn goed te herkennen aan het feit dat de tekening bestaat uit slechts drie grijze tot roodachtig grijze centrale dwarslijnen en een franjelijn, op de verder effen en nagenoeg onbespikkelde voor- en achtervleugel. De grondkleur varieert van bleek bruinachtig tot soms warm oranjeachtig geel. De binnenste- en de buitenste dwarslijn zijn nogal dun en soms slechts als een rij kleine puntjes zichtbaar. De middelste dwarslijn is juist dik en opvallend. Duidelijke oogjes ontbreken doorgaans; in plaats daarvan zijn vaak wel kleine witte vlekjes aanwezig. De vlinders van de tweede generatie zijn gewoonlijk iets kleiner en hebben een scherpere voorvleugelpunt. De vleugels zijn fijn maar duidelijk bespikkeld en bruiner van kleur of duidelijk rozeachtig bruin. De middelste dwarslijn is diffuser en minder uitgesproken dan die van voorjaars- vlinders. De tweede generatie heeft wel, met name op de achtervleugel, duidelijke donker omrande oogjes.

Gelijkende soorten

Zie de oranjerode oogspanner (C. puppillaria), de eikenoogspanner (C. porata) en de gestippelde oogspanner (C. punctaria). Door het ontbreken van de oogjes is verwarring mogelijk met sommige Idaea- en Scopula-soorten; bij deze soorten is de vleugelpunt echter meer afgerond.

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt vooral voor op de zandgronden; wordt ook daarbuiten af en toe waargenomen. RL: niet bedreigd.

Habitat

Vooral oude beukenbossen.

Waardplanten

Vooral beuk; soms andere loofbomen of bosbes.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-half september in één of twee generaties. De vlinders worden soms overdag gezien, rustend op de bovenkant van bladeren van adelaarsvaren of andere planten. Ze komen op licht.

Levenscyclus

Rups: juni-september. De soort overwintert als gordelpop aan een blad, stam of stengel.

Laatste wijziging: 4 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Bob van de Dijk
Een exemplaar van de zomergeneratie gelet op de rozerode kleur, sterk gepunte voorvleugels en vage centrale dwarslijnen.
Paterswolde - 20 augustus 2010
Foto: Joke Stuurman
De waardplant kan een goed hulpmiddel zijn om lastige Cyclophara rupsen te determineren.
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen