vorige  |  volgende
zilvervlek  (Boloria euphrosyne)

Biologie en ecologie

Habitat

Bosranden en open plekken in bossen, zoals kapvlakten en bosweiden, brede bospaden en beschutte graslanden.

Waardplanten

Diverse soorten viooltje, met name hondsviooltje en bleek- en donkersporig bosviooltje.

Mobiliteit

De zilvervlek wordt in de literatuur vermeld als weinig mobiel, toch toont de recente tijdelijke uitbreiding in Baden-Württemberg (Duitsland) aan dat hij in staat is snel nieuw leefgebied te koloniseren. Vermoedelijk kunnen ze meerdere kilometers afleggen en soms wordt nieuw leefgebied op een nog grotere afstand gekoloniseerd. Ook is hij op Terschelling en Texel gezien, twee plaatsen die ver van bestaande populaties af liggen.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-half juni in één generatie; soms een partiële tweede generatie tot eind juli. De mannetjes patrouilleren op plaatsen waar veel viooltjes groeien.

Levenscyclus

Rups: half juni-half mei. De soort overwintert als halfvolgroeide rups in de strooisellaag en daar vindt ook de verpopping plaats.

Levenscyclus en gedrag – extra informatie

ei-afzet
De eitjes worden afzonderlijk afgezet op of in het strooisel nabij een jong viooltje dat op een zonnige plaats groeit.

rups en verpopping
De rupsen gaan al in juli in diapauze en overwinteren halfvolgroeid in de strooisellaag in een samengerold, verdord blad. In het voorjaar leeft de rups van jonge blaadjes en verhuist daarvoor regelmatig naar andere planten. Hij verpopt in een los spinsel in de strooisellaag.

vlinders
De mannetjes patrouilleren op plaatsen waar veel viooltjes groeien in de hoop een maagdelijk vrouwtjes te vinden. Zo´n wijfje wacht laag in de vegetatie op een mannetje en leidt hem weg naar een geschikte plek om te paren, meestal in een boom. De dichtheid is gemiddeld, circa 4 vlinders per hectare. De hoogste populatiedichtheid wordt na 1 tot 3 jaar na de houtkap verkregen.

Laatste wijziging: 13 september 2008