vorige  |  volgende
aardbeivlinder  (Pyrgus malvae)

Verspreiding en zeldzaamheid

Voorkomen

Een zeldzame standvlinder die zeer lokaal voorkomt. De belangrijkste populaties bevinden zich in De Wieden, op de Hoge Veluwe, in de Amsterdamse Waterleidingduinen en aan de randen van het Bargerveen. Daarnaast enkele kleine populaties, bijvoorbeeld in het Utrechtse Veenweidegebied.

Regionale verspreiding

In Nederland kwam de aardbeivlinder aan het begin van de 20e eeuw algemeen voor op de hogere zandgronden, in de duinen en de laagveengebieden. Tussen 1920 en 1975 ging de soort gestaag achteruit en verdween op veel plaatsen. In 1980 resteerden nog enkele locaties in het veenweidegebied, enige beekdalen, de hogere zandgronden van Gelderland en Noord-Brabant en de duinen van Noord-Holland, Terschelling en Schiermonnikoog. In de jaren tachtig ging de stand verder achteruit. Vooral geïsoleerde populaties, zoals die van de Meije (Zuid-Holland), verdwenen in deze periode en omstreeks 1995 resteerden nog slechts vijfentwintig populaties. Daarna lijkt de situatie zich te stabiliseren. Met name in de Wieden, op de Hoge Veluwe, in de Amsterdamse Waterleiding Duinen en aan de randen van het Bargerveen bevinden zich nog grotere populaties. De aardbeivlinder is nu een zeldzame standvlinder.

Europese verspreiding


Op Europese schaal is de aardbeivlinder niet bedreigd en over het algemeen is het voorkomen stabiel, hoewel er uit dertien van de 36 landen waar hij voorkomt een achteruitgang wordt gemeld. Hij staat op de Vlaamse, Waalse en Britse Rode Lijst. In Duitsland staat de soort in de categorie bijna bedreigd.

Areaal

De aardbeivlinder komt voor van het Iberisch Schiereiland tot Oost-Azië en van Midden-Scandinavië tot Zuid-Spanje.

Verspreiding in Nederland in vier perioden

Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden: voor 1950, 1950-1979, 1980-1999, 2000-2011. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.

voor 1950
1950 - 1979

1980 - 1999
2000 - sep 2011

Laatste wijziging: 22 december 2011
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot
bovenkant
Foto: Gert Gelmers
Rouveen - 25 april 2009
Foto: Jack Pouw
ongeveer 1,5 cm
Bargerveen - 13 juli 2009
 meer foto's »